Gestrand
op het strand
in de eenzaamheid en de zee
die gaat als enige met me mee
maar waar naar toe
naar het einde wat nooit eindigd
op zoek naar geluk
ik zoek het maar kan het niet vinden
wil geluk aan me vastbinden
zodat het me nooit meer loslaat
en het bij mij niet weggaat
ik loop en loop en loop
maar kan niets zien
ben verblind
het is mij niet echt goedgezind
het is pikkedonker
donkerder dan zwart
ik ren en ren en ren
maar waarnaar toe
ik heb geen idee
ik ben toch alleen
met de zee
op het gestrande strand
naar iets, maar ook weer niets
ik ren, ik hijg, ik ben moe
maar ik ga door ik moet daar naar nergens toe
ik moet ik moet ik moet
ik loop langs verliefde mensen
gegroet
ik ga ik ga ik ga
overal waar ik ren en sta
ik denk na
over vanalles maar niets is zinvols
ik zet door en door en door
niemand geeft gehoor
aan mijn smeekbedens
om geluk te vinden
zodat ik verder kan leven
maar dan
ik begin te beven
ik vind geluk
maar ik blijf en blijf alleen
maar ik denk na
men zegt
geluk kan je afdwingen
dus
ik ga door en ren en ga
zie vanalles
bepaalde dingen
zinlose spullen
waar ik nooit iets mee zou kunnen
opeens
het strand waar ik was gestrand
stopt
ik loop op een mooie oprijlaan
waar ik een huis zie staan
een vrouw en kinderen
beter kan niet
dan
ik doe men ogen open
en besef
een nachtmerrie
viel in slaap op het strand waar ik was gestrand na een avond uitgaan
ik was gaan zwemmen maar ben nooit van het strand afgegaan
ik loop rustig terug
naar huis
ga douche en ga naar bed
en denk
ik heb geluk
heb famillie om me heen
kan gaan en staan waar ik wil
beter kan toch niet
vergelijk maar met anderen
daar slapen ze in hutten en krotten
daar moet geluk heen
dat moeten we veranderen